Veroordelingen wegens interruptie raadsvergadering Zeist tegen bouw gezinsgevangenis

Gisteren diende bij de politierechter in Utrecht de rechtszaak tegen vijf mensen die op 6 oktober tijdens de raadsvergadering van de gemeente Zeist protesteerden tegen de door de gemeente afgegeven bouwvergunning voor de gezinsgevangenis voor vluchtelingen op Kamp Zeist. Een van de gedaagden moest ook voorkomen vanwege het protest tegen Pegida op 11 oktober. Zij werd in die zaak vrijgesproken.

raadszaalDe tenlasteleggingen voor de actie in de raadszaal waren het verstoren van de vergadering en lokaalvredebreuk. De advocaat, Willem Jebbink, bepleitte voor beiden vrijspraak omdat niet duidelijk was wie nu wat precies wanneer had gedaan en of dat voor of na het stopzetten van de vergadering was gebeurd. Verder had de burgemeester zelf niet gevorderd om de zaal te verlaten. Dit was gedaan door een onbevoegde ambtenaar, de griffier. Bovendien had deze griffier niet gevorderd, maar slechts verzocht om de zaal te verlaten.

De rechter legde dit alles terzijde. De vijf traden volgens hem op als groep en waren dus gezamelijk verantwoordelijk voor de totale verstoring, ook nádat de vergadering al was geschorst. Verder vond de rechter de griffier wel bevoegd en was het ook voldoende dat de burgemeester zegt dat er gevorderd zou zijn, en daarom mag het verzoek van de griffier worden geinterpreteerd als vorderen. Schuldig dus aan verstoring én lokaalvredebreuk.

Voor wat betreft strafoplegging heeft de advocaat nog aan de hand van voorbeelden laten zien hoezeer er anders wordt omgegaan met ‘protest’ en ‘verzet’ van ‘bezorgde burgers’ tegen de komst van AZC’s en opvang voor vluchtelingen dan met de actie van deze vijf tegen de bouw van een gezinsgevangenis voor vluchtelingen. Want hoe agressief, intimiderend, bedreigend en verstorend dan ook (voorbeelden: Steenbergen, Rotterdam en Purmerend): vergaderingen worden stilgelegd, maar niemand gearresteerd. In deze maatschappelijke context zouden de vijf zelfs als zij schuldig worden bevonden in elk geval geen straf opgelegd moeten krijgen. Ook hierin ging de rechter niet mee.

De eis was voor vier van de vijf (mensen met weinig of geen strafblad) in deze zaak 20 uur werkstraf of 10 dagen. Voor de vijfde (flink strafblad) was het, samen met de andere zaak (Pegida): 4 weken onvoorwaardelijk, plus tenuitvoerlegging van eerdere voorwaardelijke straf van twee maanden.

Het vonnis werd voor vier de vijf 350 euro boete. Voor de vijfde, die werd vrijgesproken in de Pegidazaak, 2 weken voorwaardelijk met 2 jaar proeftijd, plus
tenuitvoerlegging van eerdere voorwaardelijke straf van twee maanden.

Voor wat die tenuitvoerlegging betreft had de advocaat ook nog een heel betoog dat verband houdt met de veroordeling in die eerdere zaak wegens opruiing. De teksten waarvoor deze veroordeling is uitgesproken staan namelijk nog altijd op de website waar ze destijds ook op stonden (en vele andere plekken op het internet). Voor het inperken van de vrijheid van meningsuiting moet volgens het Europees Hof sprake zijn van een ‘pressing social need’. Maar waar is het pressing social need om iemand nu nog twee maanden te laten zitten voor teksten die blijkbaar wel gewoon op internet mogen blijven staan? Want als het OM de teksten online laat staan, dan is het ook niet ‘pressing’ om daar iemand nu nog voor op te sluiten. Ook hierin is de rechter niet meegegaan. Een ander argument tegen de tenuitvoerlegging was dat de zaak niet vergelijkbaar is: verstoring vergadering (art. 144): klein misdrijfje met een max. straf van 2 weken vs. opruiing (art. 131) met een max. straf van 5 jaar. De rechter zei hierover: in beide gevallen gaat u te ver in het uiten van uw mening… Haar laatste woord in deze zaak kun je hier lezen.

De veroordeelden gaan in hoger beroep.

De campagne tegen de bouw van de gezinsgevangenis wordt nog altijd voortgezet. Zie: http://aagu.nl